Eigendom en wettelijke organisatie

De vraag wie eigenaar is van de gebouwen die door het project worden gebruikt is extreem belangrijk. Een van de grootste fouten die een groep kan maken is dat een individu het eigendom koop en dan aanneemt dat hier een volwaardige, duurzame gemeenschap met gelijkwaardige leden kan ontstaan. Er kan jarenlang een fijn gemeenschapsgevoel zijn, maar uiteindelijk zal het feit dat een persoon de eigenaar is en de anderen huurders invloed hebben op de dynamiek in de groep en bijna onvermijdelijk voor problemen zorgen.

 

De eigenaar heeft veel meer verantwoordelijkheid en moet daarom meer rechten hebben dat mensen die geen huiseigenaar zijn; dit zorgt onveranderlijk voor onbalans en heeft een negatieve impact op de groep. Als, aan de andere kant, de eigenaar minder rechten maar meer verantwoordelijkheid en verplichtingen heeft, veroorzaakt dit ook problemen. Zelfs als zich gedurende het leven van de eigenaar geen van deze problemen voordoen, kan de groep enorme problemen rondom eigenaarschap krijgen zodra de eigenaar overlijdt. De groep kan bijvoorbeeld gedwongen worden om een hoop belasting te betalen om het huis te kunnen bezitten.

 

Groepsprojecten met een sterke gemeenschapszin kunnen alleen bloeien in gebouwen waarbij ieder lid dezelfde rechten heeft als de andere leden. Hiervoor zijn verschillende opties mogelijk:

  1. Gemeenschappelijk bezit: i) Veel gemeenschappen bezitten hun gebouwen als een coöperatie. Deze wettelijke vorm is ontworpen voor economische activiteiten waarbij mensen samenkomen om iets te doen dat is gekoppeld aan een economische activiteit. ii) Het is mogelijk om andere wettelijke vormen te hebben, zoals een associatie of een stichting die eigenaar is van de faciliteiten, afhankelijk van de wetten in het betreffende land. Het is een goed idee om advies te vragen om de beste wettelijke vorm te vinden voor het gemeenschappelijk bezit.
  2. Vereniging van eigenaren: Huizen kunnen eigendom zijn van een vereniging van eigenaren – waarbij iedereen een woongedeelte bezit terwijl buitenmuren en gedeelde ruimtes van de vereniging van eigenaren zijn. Er zijn landelijke wetten die bepalen wat er nodig is voor een dergelijk gedeeld bezit, waarbij mensen maximale vrijheid hebben in hun eigen appartement, maar gemeenschappelijke onderwerpen gereguleerd worden voor de gezamenlijke delen van het huis.
  3. Huurder zijn in iemand anders huis: Voor de groepsdynamiek is het veel makkelijker om huurder te zijn in iemand anders zijn huis, dan om huurder te zijn van een van de groepsleden. Dit is zeker het geval als het huis eigendom is van een grote organisatie met vergelijkbare waarden, zoals een woningbouwcorporaties of stichting voor ethisch investeren. Een dergelijk oplossing is passend als het initiatief geen sterke intentie heeft om eigen huizen te bouwen.

Diegenen die dieper op de details van eigenaarschap in willen gaan, zouden kennis moeten nemen van het concept ‘Emphyteusis’ of ‘Huur voor de eeuwigheid’, wat een interessante optie is tussen kopen en huren. Het biedt bijna dezelfde rechten als echt ‘eigenaarschap’, maar maakt het mogelijk om enkele uitgangspunten vast te stellen die door alle eigenaren gerespecteerd moeten worden. Deze oplossing wordt vaak gekozen in combinatie met een stichting die het land bezit en enkele uitgangspunten voor het project vaststelt.

Een coöperatie als gemeenschappelijk eigendom

Een coöperatie is een wettelijke entiteit die in alle Europese landen bestaat en een van de meest passende wettelijke vormen voor groepsprojecten is. Een van de principes van coöperaties is dat elke persoon een stem heeft, los van de hoeveelheid geld die hij of zij de coöperatie binnenbracht. Hoewel de details in verschillende landen anders zijn gereguleerd, is een coöperatie een wettelijke vorm die bedoeld is voor mensen die hun krachten willen bundelen om hun doelen te bereiken. Degenen die interesse hebben kunnen het beste naar de regels en voorwaarden in hun eigen land informeren.